Oesterman in Ile d'Oléron

Ile d’Oléron: paradijselijk eiland voor oesterliefhebbers

Het eiland Ile d’Oléron wordt ook wel het paradijs voor oesterliefhebbers genoemd. Dankzij de unieke combinatie van zoet- en zout water behoort het tot Europa’s grootste oester-en exportcentrum. Via een lange brug van ruim 3 kilometer bereik je het eiland met de auto.

Ile d’Oléron is één van de grootste eilanden van Frankrijk, alleen Corsica is groter. Het eiland bestrijkt maar liefst 175m2. Om je een idee te geven, de Nederlandse Oosterschelde is 350m2. De rijkdom van dit vuige, romantische eiland wordt gelijk zichtbaar als je langs de kust en door velden koerst. Het allerleukste is om dit op de fiets te doen. Er is een tocht van 45 kilometer van St. Pierre d’Oléron tot aan Saint Troyes des Bains.
Links en rechts in het glooiend landschap staan rijen vol met wijnranken en langs de kust kom je vissersdorpjes met felgekleurde platte oesterboten tegen. Buiten de dorpen langs de stranden ligt het domein van de oesterkwekerijen.

Ile d’Oléron is in februari op haar mooist. Overal waar je kijkt bloeit er heerlijk geurende mimosa. De Franse Nicolas Martin nam het citroengele kruid in 1892 mee uit de Cote d’Azur voor in zijn tuin. Hij inspireerde er zijn medebewoners mee en zo groeide het uit tot een kenmerk van Ile d’Oléron.

Oesters

Oesters in Ile d’Oléron hebben door de eeuwen heen kunnen gedijen door het zonnige klimaat en de aanwezigheid van zoet- en zout water. Maar liefst vier jaar oud is een oester van Ile d’Oléron als ze klaar is voor consumptie. Decennialang plukten mannen en vrouwen de oesters van de oesterbedden op Ile d’Oléron om deze vervolgens in grote rieten manden te vervoeren. Je zou kunnen stellen dat het eerste oestermeisje hier haar oorsprong vindt.

Oorspronkelijk werd er de platte oester geteeld, maar die werd door een virus in 1821 uitgeroeid. In 1868 spoelde de Portugese oester aan land. Letterlijk, want een schip moest zijn vracht oesters lozen toen het in een hevige storm terechtkwam.
De Portugese variant hield een eeuw stand totdat ook zij door een virus werd uitgeroeid. Tegenwoordig wordt op Ile d’Oléron de veelgebruikte Japanse oester gekweekt, deze is beter bestand tegen virussen.

Fleur de Sel

Van de middeleeuwen tot het einde van de 19e eeuw was de zoutwinning de economische levensader van de regio. Maar nadat de kwelders van Charente-Maritime waren opgedroogd, ging de industrie geleidelijk achteruit.

De laatste jaren is de zoutteelt terug van weggeweest. Nu telt het eiland zo’n dertig zouthandelaren die zich inzetten voor het behoud van de moerassen. Om deze passie zo breed mogelijk te delen, verwelkomen producenten bezoekers in de Salt Merchants’ Cabin in Ars-en-Ré. Hier wordt een grote verscheidenheid aan producten van de oogst verkocht, waaronder grof zout, fleur de sel,  zeekraal en wilde mosterd.

Vuurtoren van Chassiron

Aan de noordkant van Ile dOléron, gelegen op een klif, staat de vuurtoren van Chassiron in de gemeente Saint-Denis-d’Oléron, in de Charente-Maritime.  Deze imposante zwart-witte vuurtoren dateert uit 1836 en is een van de oudste vuurtorens uit Frankrijk. In 2012 is ze toegevoegd aan de lijst van historische monumenten. Met een hoogte van 46 m, is ze voor voorbijvarende schepen een baken in een gebied dat bekend staat om zijn riffen. De lantaarn van de vuurtoren herbergt een lamp van 250 watt waarvan de lichtbundels tot 52 km zichtbaar zijn. Naast de gebruikelijke rondleidingen overdag, kan je ook midden in de nacht genieten van de imposante lichtbundels tijdens de nachttour.

In St. Troyan les Bains brengt een nostalgische windmolen je terug in de tijd. Het schijnt dat het eiland voornamelijk door fransen wordt bezocht. Het is daarnaast een populaire plek voor oesterliefhebbers, omdat in de kroegjes en restaurantjes langs het water de ”Marennes d’Olérons” oesters volop geserveerd worden.  En daar is het voor ons natuurlijk in de eerste plaats allemaal om te doen!

 

Deel dit bericht

Facebook
Twitter
LinkedIn

Laatste nieuws

Dertien in een dozijn, treize a la douziane

Dertien in een dozijn

Oesters worden verpakt in mandjes van 6, 12, 24 en 48 stuks. Voor ons bij Oestercompagnie, weten we niet beter dat er